Blog. Waarom mijn favoriete dokter een robot is

Robot Doctor with stethoscope. Screen indicator show cardiogram.

 

In Nederland krijgt 10% van de patiënten te maken met een verkeerde of te laat gestelde diagnose en 38.000 mensen lopen jaarlijks onnodige medische schade op (bron: www.gezondheidsnet.nl). Vooral problemen aan hart, longen en buik zijn moeilijk te herkennen. Als je niet behandeld wordt, de verkeerde behandeling krijgt of de behandeling niet goed wordt uitgevoerd, kunnen de gevolgen fataal zijn.

Let wel, het is niet mijn bedoeling om de deskundigheid en inzet van artsen in twijfel te trekken of de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland ter discussie te stellen. Het is wel een oproep om veel meer gebruik te maken van robots, big data en kunstmatige intelligentie. Dit kan de kwaliteit van de zorg namelijk significant verbeteren. Hetzelfde geldt overigens voor de kwaliteit van de dienstverlening in een aantal andere sectoren, maar daarover later meer.

Het principe is heel simpel. Er zijn zo veel verschillende ziektebeelden en zo veel verschillende methoden om die te behandelen dat je van een individuele arts niet kan verwachten dat hij/zij die allemaal in detail kent. Dat is ook waarom artsen zich specialiseren en in teams werken. Maar wat nu als je bij het stellen van een diagnose niet alleen ruggenspraak kunt houden met een paar collega’s, maar je ook kan laten ondersteunen door een computer die alles weet wat er ooit ergens ter wereld in medische boeken en tijdschriften is gepubliceerd?

Watson en Dr. Foster

De hoeveelheid beschikbare medische data verdubbelt iedere vijf jaar en gaat de komende jaren nog meer toenemen, bijvoorbeeld omdat steeds meer mensen hun vitale lichaamsfuncties, zoals hartritme, bloeddruk en glucose vrijwel doorlopend meten met draagbare apparatuur. Verwerking en analyse van deze data is zonder computers niet meer mogelijk.

Twee voorbeelden van bedrijven die wereldwijd gegevens verzamelen over ziektebeelden, diagnoses en behandelmethoden zijn Watson en Dr. Foster. Watson is de cognitieve computer van IBM. Watson werkt anders dan Google. Als je een vraag hebt, kunt je bij Google een paar zoektermen opgeven en dan krijg je een overzicht van zeer vele, relevante publicaties terug die je verder kunt bestuderen. Watson biedt een veel geavanceerdere service. Allereerst kun je met Watson in natuurlijke taal communiceren. Je geeft dus geen zoektermen op, maar stelt je vraag zo concreet mogelijk in gewone zinnen. Watson begrijpt die vraag en komt terug met een aantal mogelijke antwoorden inclusief de bijbehorende bewijzen en de betrouwbaarheid van het antwoord. Als arts kun je de mogelijkheden overwegen en vervolgens besluiten of je meer onderzoek nodig hebt of een definitieve diagnose stelt. Belangrijk is ook dat Watson geen statische database is, maar zelf in staat is om te leren. Daardoor zal Watson in de loop van de tijd steeds meer vragen kunnen beantwoorden en met een steeds grotere precisie.

Ook interessant is Dr. Foster. Dit bedrijf uit het Verenigd Koninkrijk onderhoudt een internationale database met cijfers over sterfte, complicaties, herbehandeling, behandelingsduur en andere variabelen met betrekking tot meer dan 250 diagnoses in zo’n 40 vakgebieden. Wereldwijd werken 40 ziekenhuizen, waaronder ook de academische ziekenhuizen in Nederland, hieraan mee. Door het vergelijken van gegevens en het delen van kennis wordt de kwaliteit van de zorg beter en ontstaan wereldwijde standaarden voor de behandeling van bepaalde ziekten.

Onbedoelde consequenties

Het is evident dat het centraal verzamelen en analyseren van data de kwaliteit van de gezondheidszorg ten goede komt. Er zijn ook onbedoelde consequenties. De centrale database laat zien welke artsen en ziekenhuizen goed presteren en welke minder. Het is in de huidige tijd niet meer mogelijk deze gegevens geheim te houden. Transparantie is de norm.

Het gevolg is dat patiënten kritischer worden in het kiezen van hun behandelend arts. Artsen met goede resultaten hebben het druk. Een arts die minder goede resultaten behaalt, zal snel klandizie verliezen. Het verschijnsel ‘the winner takes all’ manifesteert zich daarmee ook in de zorg. Dit geldt voor individuele artsen en voor zorginstellingen. Het gevolg is verdergaande concentratie, niet van bovenaf door de overheid gestuurd, maar gedreven door patiënten die om de best mogelijke zorg vragen.

Overigens blijft de inzet van computers en robots in de gezondheidszorg niet beperkt tot het stellen van diagnoses. Er komen operatierobots aan die autonoom (zonder chirurg) en foutloos kunnen opereren tegen een fractie van de kosten. In de verpleging zien we robots die mensen uit bed helpen en haren wassen. En er zijn menselijk uitziende robots die aan ouderen een lesje beweging geven. Nieuwe robots hebben lerend vermogen en kunnen met mensen interacteren. Voor echte empathie heb je mensen nodig, maar robots beginnen ook dat te leren.

Bredere toepassing

Ook in andere sectoren kan kunstmatig intelligentie de kwaliteit van de dienstverlening verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan belastingadvies, financiële planning en juridische bijstand. Heb je liever advies van iemand die vertrouwt op jarenlange ervaring of van iemand die zich laat ondersteunen door een intelligent systeem? In alle kennisintensieve beroepen kunnen robots toegevoegde waarde hebben. Niet om de professional te vervangen, maar wel om zijn dienstverlening te verrijken en zijn effectiviteit te verbeteren.

Comments are closed.