AI in het onderwijs. Deel 11 van de serie ‘Perspectieven op Kunstmatige Intelligentie’.

Van alle technologische ontwikkelingen van dit moment is kunstmatige intelligentie het meest ingrijpend en het minst begrepen. We zien indrukwekkende nieuwe toepassingen, maar kunnen de impact op mensen, organisaties en maatschappij nog nauwelijks overzien. In deze serie blogs, Perspectieven op Kunstmatige Intelligentie, onderzoeken we niet alleen de mogelijkheden, maar ook de bedoelde en onbedoelde consequenties.

Opleiden voor banen die nog niet bestaan

Wij leven in de tijd van het digitaal darwinisme: alles wat digitaal kan, zal digitaal worden. Door de combinatie van robotisering en kunstmatige intelligentie krijgen we slimme machines die steeds meer activiteiten van mensen overnemen. Volgens onderzoek van McKinsey is 50% van de werkactiviteiten te automatiseren met behulp van technologie die nu beschikbaar is.

De nieuwe banen van het komende decennium kunnen we ten dele voorzien. Naast de robotmonteur en de dronepiloot, zullen we nieuwe beroepen zien in de interface tussen mens en robot. Robots moeten worden getraind en mensen moeten leren om met robots om te gaan. Ook moeten robots en AI systemen worden gecontroleerd. Bij zelflerende systemen (dankzij machine learning) kun je niet volstaan met tests voor de lancering. Omdat de output in de loop van de tijd verandert, moet je blijven monitoren of het systeem goed functioneert.

Onderwijsinstellingen hebben twee vragen te beantwoorden. Leiden wij studenten op voor banen die gaan verdwijnen? En: hoe bereiden we studenten voor op banen die nu nog niet bestaan?

Learnability Quotient

Als we kijken naar wat iemand succesvol maakt gedurende een loopbaan, zien we dat de kennis die iemand op school heeft opgedaan slechts beperkt van invloed is. De houdbaarheid daarvan is immers beperkt. Het vermogen om nieuwe dingen te leren en om je aan te passen aan veranderende omstandigheden is veel bepalender.

Daarom is er naast IQ en EQ nu ook LQ: de Learnability Quotient. Dit geeft aan hoe je omgaat met veranderingen. Op www.learnabilityquotient.com kun je een test maken met vragen zoals: “ik gebruik het liefst beproefde methoden”, “ik vind het leuk om een nieuwe aanpak uit te proberen”, “ik wil graag begrijpen hoe dingen werken” en “ik vind het leuk om nieuwe mensen te ontmoeten”.

Technologie heeft kennis gedemocratiseerd. Iedereen kan alles online opzoeken en dankzij kunstmatige intelligentie wordt die kennis steeds vaker op een begrijpelijke manier gepresenteerd. Waar zoekmachines een lange lijst van mogelijk relevante artikelen genereren, kan een AI systeem specifiek antwoord geven op een vraag die je in normale taal, dus niet in het jargon van een specialist, hebt gesteld.

Deze democratisering maakt een einde aan het aloude adagium ‘kennis is macht’ en maakt de leerling een meer gelijkwaardige gesprekspartner van de leraar. Maar googelen is niet hetzelfde als weten. Iets op kunnen zoeken is niet hetzelfde als kennis hebben. Naast vaardigheden blijft ook kennis belangrijk, al is het maar om de juiste vragen te kunnen stellen.

Technologie in het onderwijs: EdTech

Scholen moeten niet alleen lesgeven over technologie, maar ook zelf meer technologie gebruiken. Zoals we FinTech hebben voor de financiële sector, hebben we EdTech (educatie + technologie) voor het onderwijs. We zien een snelle ontwikkeling van nieuwe applicaties, zowel voor het gebruik in een klaslokaal als online. En met behulp van AR en VR (Augmented Reality en Virtual Reality) kan de buitenwereld naar binnen worden gehaald en kunnen studenten ervaren wat ze leren.

Eén van de belangrijkste voordelen van de nieuwe technologische toepassingen is dat het gepersonaliseerde leergangen mogelijk maakt. Op platforms zoals Coursera, Udacity en 2U/Getsmarter kun je online toegang krijgen tot onderwijsprogramma’s van de beste scholen en universiteiten wereldwijd. Het aanbod van massive open online courses (MOOC’s) is zo groot dat een keuze maken niet eenvoudig is. Deze platforms bieden ook oplossingen voor bedrijven die trainingen willen aanbieden aan medewerkers. En Udemy is een openbare marktplaats waarop iedereen docent kan worden en een cursus kan aanbieden.

Nieuwe technologie maakt het ook mogelijk om onderwijs beter af te stemmen op individuele behoeften en leerstijlen. Bij een digitaal lesprogramma kun je studeren op het moment dat het je uitkomt en in je eigen tempo. Bovendien kunnen docenten zien welke onderwerpen je moeilijk vind en daar extra uitleg over geven. Ook kan lesstof automatisch worden aangepast aan je voortgang. Als je meer fouten maakt, krijg je meer oefenopgaven. Deze adaptieve leermethoden kan je zowel in een klaslokaal als online toepassen. Op basisscholen in Nederland worden goede resultaten behaald met Snappet.

Leren kan ook bevorderd worden door gamification technieken toe te passen. Een goed voorbeeld hiervan is Duolingo, waar je talen kunt leren en wordt aangemoedigd om door te gaan door levels te bereiken, virtuele punten te verdienen en je prestaties te vergelijken met medespelers c.q. medecursisten.

Levenslang leren kan verder worden bevorderd met een tool zoals Degreed, dat ook voor bedrijven beschikbaar is. Medewerkers kunnen hier hun vaardigheden testen én certificeren, ongeacht hun vooropleiding of werkervaring. Ook kun je opleidingen selecteren die helpen om vaardigheden te verbeteren. Werkgevers kunnen zien welke vaardigheden in de organisatie aanwezig zijn en daar bij de samenstelling van een team rekening mee houden.

De school als leerplatform

Scholen en universiteiten wordt vaak verweten dat zij zich onvoldoende en niet snel genoeg aanpassen aan de digitale tijd. Ik herinner mij het verhaal van een docent op een HBO die had opgemerkt dat min of meer dezelfde groep studenten iedere dinsdag aan het einde van de middag bij elkaar kwam en serieus met elkaar in gesprek was. Het zag er niet uit als een overleg van de studievereniging en de groep was te groot om gezamenlijk een werkstuk te maken. Bij navraag bleek dat deze studenten elkaar lesgaven over nieuwe technologieën, omdat zij vonden dat daar in het onderwijs te weinig aandacht voor was. Er waren onderling duidelijke afspraken gemaakt. Iedereen was welkom, mits je op een positieve manier bijdroeg.

Hoe ga je hier als school mee om? Wat doe je als docent als je een leerling in de klas hebt die meer weet over een bepaald onderwerp dan jij? Ervaar je dit als ondermijning van je positie als docent of als kans om een leerling te laten schitteren en zelf nog wat te leren? Dankzij de toegankelijkheid van informatie maken alle docenten dit vroeg of laat mee.

Het antwoord is om de school niet alleen te zien als een plek waar docenten kennis en vaardigheden in eenrichtingsverkeer overdragen aan leerlingen, maar als een leerplatform. In dit model is de school organisator van kennisoverdracht en alle deelnemers kunnen zowel aanbieder als afnemer van kennis zijn. Het betekent concreet dat niet alleen docenten voor de klas staan, maar studenten ook van studenten kunnen leren. Ook bedrijven kunnen op school zowel kennis halen als kennis brengen. Het up-to-date houden van het onderwijs is op deze manier minder afhankelijk van het beschikbaar komen van nieuwe leerboeken en lesmethoden.

In combinatie met de eerder genoemde tools waarmee je studenten “leert kennen” kun je persoonlijke ondersteuning bieden en op het leerplatform een individueel lesprogramma samenstellen. Dit model maakt het ook voor alumni aantrekkelijk om regelmatig terug te komen voor bijscholing.

De toekomst is nu

De technologische ontwikkelingen gaan zo snel dat we zeker weten dat grote groepen mensen de komende 20 jaar heel ander werk zullen doen dan vandaag. Dit betekent dat werkgevers nu mensen aannemen met vaardigheden waarvan onzeker is hoe lang die nog relevant zijn. Op hun beurt weten studenten niet of het vak dat zij leren toekomstwaarde heeft. Levenslang leren is nog nooit zo belangrijk geweest.

Voor onderwijsinstellingen is de urgentie om hun curriculum aan te passen en om technologie in te zetten in en voor het onderwijs groter dan ooit. Je kunt geen opleiding maken voor een beroep dat nog niet bestaat, maar moet op weg gaan zonder precies te weten wat de eindbestemming zal zijn. Door meer te experimenteren kom je daar vanzelf achter.

Comments are closed.